Richtlijn Covid-19 binnen Groepswonen SWZP

Inleiding

Binnen SWZP vinden wij dat het toepassen van de juiste maatregelen ten tijde van een (vermoeden) COVID-19 cliënt binnen één van onze groepswoningen PG om maatwerk vraagt. Een continue afstemming en risico-afweging tussen cliënt/ mantelzorger, multidisciplinair behandelteam, medewerker(s) van het team en manager, is noodzakelijk.

Missie en visie
Onze missie is om aan kwetsbare ouderen een goede woon- en leefomgeving te bieden, waarin een zo gelukkig mogelijk leven mogelijk is. De zorg en het welzijn van onze bewoners van de woon-/zorglocaties en cliënten van de thuiszorg staat centraal. We bieden zoveel mogelijk maatwerk. Dat doen we samen met de familie, mantelzorgers en vrijwilligers.
De SWZP hanteert de mensvisie, waarin lichamelijke, sociale, psychische en levensbeschouwelijke aspecten niet los van elkaar kunnen worden gezien. De zorg en diensten die wij aan onze bewoners en cliënten leveren, ondersteunen deze aspecten. We gaan daarbij uit van de belevingswereld van de bewoner. Wij ondersteunen hen opdat zij zo lang mogelijk zelfstandig kunnen functioneren wat bijdraagt aan hun geluk.
Wij vinden het dan ook belangrijk dat onze bewoners en cliënten zich welkom en thuis voelen bij ons. Op de afdelingen en in de groepswoningen creëren we een warme en huiselijke sfeer.
De groepswoning wordt dan ook gezien als een huishouden.

Risico- afweging:

  • Indien cliënt op de kamer kan/wil blijven wordt de werkwijze zoals beschreven in de richtlijn COVID-19 intramuraal gevolgd.
  • Indien een cliënt waarbij een vermoeden of bewezen COVID-19 gaande is, NIET op de kamer kan/ wil blijven volgt risico-afweging:
    – Er vindt afstemming plaats door de huisarts met de eerste contactpersoon van de cliënt
    – Er vindt (multidisciplinair) overleg plaats met de huisarts/ SO/psychodiagnostisch medewerker, , kwaliteitsverpleegkundige en/of contactverzorgende/ eerste contactpersoon van de cliënt en manager om de mogelijkheden te bespreken met elkaar.
    Er vindt een afweging plaats, waarbij de kwaliteit van leven van de cliënt ten opzichte van de risico’s t.a.v. overige bewoners binnen de groepswoning, in ogenschouw genomen worden.
    – Een van de overwegingen die daarbij in acht moet worden genomen is de inschatting hoe groot het risico is dat er reeds sprake is van verspreiding van het virus over de groep, waardoor isolatie van een individuele client niet meer zinvol is.
    – Er kan in afstemming met het multidisiplinaire team en de mantelzorgers bepaald worden óf en welke vorm van onvrijwillige zorg kan worden ingezet om ervoor te zorgen dat de cliënt op zijn kamer blijft. Hierdoor wordt besmetting van andere cliënten voorkomen. Dit betreft maatwerk en is niet altijd mogelijk.
    Het uitgangspunt is altijd dat de minst ingrijpende vorm van onvrijwillige zorg ingezet wordt, deze veilig moet zijn en er ten alle tijden gezocht moet wordt naar alternatieven.
    Indien de keuze gemaakt wordt om onvrijwillige zorg toe te passen volgens het stappenplan, moet altijd bepaald worden hoe 24/7 toezicht gehouden wordt om de veiligheid van de cliënt te kunnen garanderen. (vastleggen afspraken in ECD/WZD module- bepalen hoe lang- monitoren-evalueren/ afbouwen- of minder ingrijpende vorm- en borgen).
  • Bij één vermoeden/ bewezen COVID-19 cliënt die NIET op de kamer kan/wil blijven en is besproken dat de inzet van onvrijwillige zorg geen optie is, wordt groepsisolatie ingezet volgens paragraaf groepsisolatie in richtlijn COVID-19 intramurale zorg.